Militair en grondrechten

Militair en grondrechten

Militair en krijgsmacht

Aan een militair worden in het kader van de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie bijzondere eisen gesteld en verplichtingen opgelegd. Deze eisen en verplichtingen zijn deels neergelegd in de Militaire Ambtenarenwet 1931 en houden verband met de taken van de krijgsmacht. Deze taken zijn vastgelegd in de Grondwet.

Het uitgangspunt is dat de krijgsmacht onder alle omstandigheden beschikbaar en inzetbaar moet zijn gezien het belang van de Staat en het Ministerie van Defensie als werkgever. Het is met name vanwege dit uitgansgpunt dat men te maken heeft met bijzondere eisen en verplichtingen die in andere arbeidsorganisaties in mindere mate of niet voorkomen.

Een militair zal zich vanwege zijn bijzondere rechtspositie in principe moeten neerleggen bij het feit dat wetgeving zijn of haar persoonlijke vrijheid flink kan beperken. Deze beperkingen moeten wel herleidbaar zijn tot de zogenoemde beperkingsclausules van de betreffende artikelen.

Grondrechten

In de eerste plaats valt te denken aan beperkingen ten aanzien van het uitoefenen van grondrechten. Voor de militair zijn deze beperkingen uiteengezet in de Militaire Ambtenarenwet 1931.

Deze beperkingen zien bijvoorbeeld op:

  • de vrijheid van meningsuiting en van vereniging, vergadering en betoging (artikel 12a);
  • godsdienstige of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen (artikel 12b);
  • het bekleden van politieke ambten (artikel 12c);
  • een verplicht onderzoek van zijn urine of adem in het kader van onderzoek naar drugs- en/of alcoholgebruik (artikel 12d, lid 2);
  • reizen naar danwel te verblijven bij koninklijk besluit aangewezen landen (artikel 12e);
  • de eis van Nederlanderschap voor functies bij de krijgsmacht (artikel 12g);
  • de binding van de militair aan de militaire gezondheidszorg (artikel 12h);
  • het stakingsverbod voor militairen (artikel 12i) en,
  • de dienverplichting (artikel 12k en artikel 12m).

Rechtspositionele maatregelen tegen militare ambtenaren

Wanneer de militair de grondrechtelijke beperkingen overtreedt, kunnen rechtspositionele maatregelen tegen hem worden getroffen. Zo zou een militair in geval van herhaaldelijke overtreding zelfs kunnen worden ontslagen wegens ongeschiktheid of verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten. Ook zouden schendingen kunnen worden verwerkt in een beoordeling of een ambtsbericht.

De genomen rechtspositionele maatregelen hoeven voor de militair geen einde oefening te betekenen. De militair kan hiertegen optreden door bijvoorbeeld in bezwaar en beroep te gaan.

Over de auteur

De auteur van deze website is mr. Krystle Aaron-de Bies, advocate en mediator bij Witlox Snijders Advocaten in Amsterdam.

Voorafgaand aan haar beëdiging als advocate is Krystle tien jaren als militair juriste bij het Ministerie van Defensie werkzaam geweest. In de functie van militair juriste heeft Krystle diverse juridische functies uitgeoefend. Zo heeft zij als procesvertegenwoordiger bij diverse rechtbanken geprocedeerd. In haar laatste functie adviseerde Krystle de Commandant Koninklijke Marechaussee over diverse rechtspositionele kwesties met name op het gebied van integriteit. Zij was belast met de afhandeling van complexe ontslagzaken.

Gezien haar achtergrond heeft Krystle een specifieke deskundigheid in het militaire ambtenarenrecht.

Ook is Krystle deskundig op het gebied van het bestuursrecht. Zo heeft zij de hoog aangeschreven postacademische specialisatieopleiding Algemene wet bestuursrecht aan de Grotius Academie succesvol afgerond.

Om haar (militaire) expertise op peil te houden is Krystle ook lid van diverse specialisatieverenigingen. Zo is Krystle lid van de Militaire Balie en de Vereniging Ambtenaar & Recht.

Buiten de advocatuur is Krystle als vrijwilliger verbonden aan een maatschappelijke instelling die professionele zorg en begeleiding biedt aan onder meer daklozen.

Vragen en antwoorden

Geen vragen en antwoorden gevonden